Bodemdaling drukt huizenprijzen

Steeds meer woningeigenaren ondervinden de gevolgen van bodemdaling. Funderingsproblemen, verzakkende tuinen en beschadigde nutskabels leiden tot hoge schadeposten die woningeigenaren zelf moeten betalen. Toch bestaat er voor de woningverkoper geen plicht om de potentiële schade te onderzoeken en dit te vermelden, waardoor woningkopers niet altijd over volledige informatie beschikken en later tegen onverwachte kosten kunnen aanlopen.
In het discussion paper Land subsidence exposed: the impact on house prices in the Netherlands onderzoeken Premchand et al. (2024) in welke mate woningkopers nu al rekening houden met de effecten van bodemdaling. Hun onderzoek toont aan dat woningen in bodemdalingsgevoelige gebieden in het Groene Hart gemiddeld 2,3 tot 5,0% minder waard zijn ten opzichte van vergelijkbare woningen op niet dalende grond. Dat betekent dat woningkopers, ondanks beperkte informatie, wel degelijk rekening houden met bodemdaling. Het prijseffect is zelfs groter voor woningen die vóór 1970 zijn gebouwd, waar funderingsschade vaker voorkomt. Voornamelijk in recentere jaren, die gekenmerkt werden door zomerdroogtes waarin de schade toenam, zijn woningkopers zich bewuster geworden van de effecten, wat zich uit in grotere prijseffecten.
Premchand et al (2024) stellen dat woningkopers zelf een inschatting van de schade doen als ze niet beschikken over alle informatie. In sommige wijken zijn de effecten van bodemdaling goed zichtbaar, bijvoorbeeld door scheefstaande woningen en verzakte wegen. Daarnaast staan sommige steden berucht om problemen met bodemdaling, en ook de publieke informatievoorziening is aan het verbeteren door onder andere online kaarten waar mensen kunnen zien of hun woning in een bodemdalingsgevoelig gebied staat. Dit betekent dus dat woningeigenaren zich steeds bewuster worden van de gevolgen van bodemdaling in Nederland.