Start gezamenlijke aanpak standaardisatie bodemdaling

Op 13 maart kwamen alle betrokken vanuit overheden, bedrijven, kennisinstellingen en standaardisatieorganisaties bij KBF bij elkaar om een start te maken met versnelling van de standaardisatie rondom bodemdaling. Aanleiding was de vaststelling van het ‘advies standaardisatie bodemdaling’ dat Ambient voor het Overleg Standaardisatie Klimaatadaptatie (OSKA) heeft opgesteld. Tegelijk was dat de start voor de implementatie die inspanningen van alle betrokkenen gaat vragen.
Het voorkomen van en omgaan met bodemdaling is in Nederland een actueel probleem omdat het veel kosten met zich meebrengt voor gemeenten, (agrarische) bedrijven en particulieren. Daarnaast lopen gemeenten door de omvang van het vraagstuk tegen deskundigheids- en capaciteitsvragen aan. De ontwikkelingen in het klimaat met onder andere meer langdurige periodes van droogte versterken het probleem.
De ontwikkeling van standaarden brengt de maatschappelijke kosten omlaag en vermindert de deskundigheids- en capaciteitsvragen van gemeenten. In het advies standaardisatie bodemdaling zijn de behoeften aan standaarden voor de volgende problemen in kaart gebracht:
- het in beeld brengen van bodemdaling;
- het voorkomen van bodemdaling en maken van een goed onderbouwde keuze daarin;
- een wijze van uitvoering die ervoor zorgt dat bodemdaling niet of minder tot problemen leidt;
- benutten van kansen die slim gebruik van data mogelijk maken.
Het gaat om de situatie in zowel het onbebouwde als bebouwde gebied, in bestaande en nieuwbouwsituaties.
Daarbij geeft het advies ook aan welke standaarden al beschikbaar zijn en wat er dus nog nodig is om in de behoeften te voorzien. Verder staan aangegeven welke organisatie dit zou kunnen oppakken en hoeveel de kosten bedragen.
Slim aanpakken
Tijdens deze tweede werkveldbijeenkomst geeft Stijn Muntjewerff van het ministerie van I&W een duiding van de stand van zaken om te kijken hoe het advies tot uitvoering kan komen. Daarbij is het de vraag met welke wensen en behoeften we sowieso aan de slag kunnen en welke daarin de prioriteit hebben. En welke organisaties voorzien voor zichzelf een actieve rol? Waar willen zij zich hard voor maken? En hoe kunnen we op bestaande planningen aansluiten?
Ook is het van belang na te denken over de structuur, hoe zorgen we dat de 4 domeinen na vandaag niet uit elkaar gaat lopen. Hierbij zijn er twee randvoorwaarden van belang. Ten eerste, vanuit het rijk is er geen overkoepelende financiering voor deze hele set aan behoeften en wensen. Wel kan het rijk in de organisatie een actieve rol spelen. Hieruit volgend is het dus zaak na te denken welke ontwikkelingen door wie uitgevoerd kunnen worden en hoe dat samen vormgegeven kan worden.
Prioritering
De aanwezigen mogen nadenken over prioriteiten in het overzicht van standaarden, waarnaar we de resultaten gaan vergelijking met een enquête onder gemeenten. Daarbij hebben gemeenten op dit moment minder behoefte aan standaarden voor het onbebouwde gebied. Zoals een aantal gemeenten zelf al aangeeft komt dat ook omdat de focus nu nog op het bebouwde gebied ligt. Voor een aantal behoeften in het bebouwde gebied verschilt de prioritering tussen de aanwezigen en gemeenten. Zo krijgen standaarden voor proces en beleid van nieuwe woongebieden en infrastructuur vanuit gemeenten veel meer prioriteit dan van de aanwezigen.
Bij elkaar gezien ontbreken er behoeften zonder prioriteiten, het is een verschil tussen een beetje, veel en heel veel prioriteit. Het voorzien in ieders behoefte levert de betrokken partijen daarmee een flinke uitdaging op!